Zijn de jeugdtheaterweken toegankelijk genoeg voor een divers publiek? Nikla Katsburg, communicatieprofessional in de culturele sector, onderzocht het voor jeugdtheaterfestival Herfststukjes.
Theater Kikker organiseert al ruim twintig jaar jeugdtheaterweken onder de namen Herfststukjes, Winterkost en Lenteuitjes. Het is een samenwerking van acht theaters in Amersfoort, Houten en Utrecht om jeugdtheater op de kaart te zetten in de vakanties. Het trekt vooral een bepaald soort publiek: hoogopgeleide ouders met hun kinderen. Ook zijn de bezoekers overwegend wit. Nikla Katsburg heeft onderzoek gedaan naar hoe de jeugtheaterweken meer toegankelijk en inclusief gemaakt kunnen worden.
Hoe ben je te werk gegaan?
‘Allereerst heb ik gegevens over de inwoners van Utrecht, Amersfoort en Houten in kaart gebracht. Daar heb ik ook het Culturele Doelgroepenmodel bij gebruikt. Aan de postcodes van de theaterbezoekers kan ik zien uit welke wijk ze komen en welke wijken minder vertegenwoordigd zijn. In Utrecht waren dat de wijken Kanaleneiland, Overvecht en Leidsche Rijn. Met hen ben ik in gesprek gegaan via welzijnsorganisaties die werken met die wijkbewoners, zoals jeugdwerk. Ik heb mensen gevraagd wat ze doen in de vrije tijd met hun kinderen. En ook waar ze de informatie vandaan halen over wat er voor kinderen te doen is. Zo vertelden moeders uit Vleuten me dat ze zich lieten informeren door influencers. Anderen vroegen aan hun kind wat ie leuk vindt om te doen. En het antwoord was nooit: “Naar het theater!” Wel zeiden ze: “Ik kom er niet mee in aanraking. Ik denk dat het te duur is. Ik ging vroeger nooit, waarom zou ik nu gaan? Ik heb er niks mee.” Vaak hoorde ik dezelfde argumenten. Ik heb onderzocht wat kan je daar als theater aan kan doen. Hoe kan je bepaalde drempels wegnemen? Hoe kun je in je communicatie misschien dingen anders vertellen? Misschien kun je het door iemand anders laten vertellen, waardoor een bepaalde groep zich wel aangesproken voelt?’
‘In de theatersector gaan we er onterecht van uit dat het publiek al veel voorkennis heeft’
En, wat kwam daaruit?
‘Wij hebben een adviesbureau gevraagd onze communicatie te beoordelen op hoe inclusief en divers die is. Dat is echt heel interessant. Wij hebben in de theatersector onze eigen taal en gaan ervan uit dat ons publiek al heel veel voorkennis of bagage heeft. Zo vallen vaak de namen van pretentieuze theaterprijzen, maar iemand die nog nooit naar het theater is geweest en niet weet hoe eervol zo’n prijs is, vindt dat elitair. Die denkt al gauw: die wereld, dat is niets mij. Aan een moeder heb ik campagnebeeld laten zien van de voorstelling Stuntkont van theatercollectief 155 van een danser die helemaal was ingesmeerd met poep. Ze zei: “Als ik dit zie, denk ik echt niet aan een jeugdvoorstelling. Dan verwacht ik eerder een foto van kind die een handstand maakt of een breakdance move doet.” Ik mag zo’n beeld dan artistiek vinden, een groot deel van de mensen vindt dat niet. Dus is wel een goed inzicht. We willen toegankelijk zijn en schrijven niet te moeilijk Nederlands, maar door het gebruik van bepaalde woorden of beelden bereik je niet het nieuwe publiek.’
Welke woorden bijvoorbeeld?
‘Waar ik niet bij had stilgestaan is dat de oproep “Kom lekker met je kinderen naar het theater” niet iedereen aanspreekt. Misschien kom je wel met je broertje, zusje of neefje. Ook niet ieder gezin heeft een vader en een moeder, sommige kinderen wonen bij hun oma.
Verder belangrijk is: op welke plekken ben je zichtbaar? Theatercampagnes zie je vaak in de binnenstad. Maar posters en flyers moeten ook naar buurthuizen en scholen. Durf nieuwe dingen uit te proberen om een ander publiek te bereiken. Misschien twee flyers maken in plaats van één of verspreid je poster via andere kanalen, bijvoorbeeld via WhatsApp-groepen.’
Wat gebeurt er met je aanbevelingen?
‘Ik heb mijn inzichten gedeeld en nu is het aan de theaters en mijn opvolger om het verder mee te nemen in de communicatie. Meer inclusiviteit moet je ook merken en voelen als je het theater binnenkomt. Het vraagt echt om motivatie bij de theatermedewerkers om dingen te veranderen. Als je het alleen maar doet om het punt “diversiteit en inclusie” af te vinken, dan gaat het niet werken.’
Fotograaf: Adem Gümrükcüler